Corianne Oosterbaan

Over mij | Gedichten | Korte verhalen | Fotografie | Contact

Kastanje

Origineel gepubliceerd in Seizoenszine (Herfst, oktober 2023).

Een bewolkte lucht, grijzig, maar nog niet donker. De kastanjeboom naast haar ouderlijk huis staat eenzaam in het midden van het gazon, het donkergroene gras bedekt met geel en bruin blad en kastanjes met hun prikkelige huidje nog om. Beertje ziet het, ziet het allemaal en harkt langzaam alles bij elkaar tot het één grote hoop is.

Vroeger, toen ze nog klein was, was de herfst haar favoriete seizoen. Het betekende eikeltjes zoeken in het bos, de mooiste herfstbladeren verzamelen, kastanjes rapen, spinnenwebben van de mooie, bruine, glimmende pitten knutselen, klimmen over de heuvels gerooide suikerbieten op het erf, zich laten vallen in de keurig bij elkaar geharkte stapel kastanjeblad… Beertje kijkt naar haar eigen stapel. Nu lijken de seizoenen soms te snel te gaan, in elkaar over te lopen. Nu betekent de komst van de herfstmaanden weer een jaar ouder zijn, meer verantwoordelijkheden, meer zorgen en gewoon, een klein beetje minder zijn, een stap richting het verval in jezelf. Sinds wanneer had de herfst haar in de steek gelaten? Of heeft zij dat gedaan? Is ze gestopt met opletten?

Kom dan, fluistert iemand. Ze kijkt nog eens naar de hoop bladeren voor zich. Die lijkt te zijn gegroeid, ogen te hebben die haar vriendelijk aankijken. Ze schrikt er niet van… maar ze draait zich om, haalt adem en laat zich achterovervallen. De hoop bladeren is zacht, maakt plaats voor haar, ze valt en valt, de blaadjes knisperen en kraken. Beertje zakt weg, traag, alsof er geen einde aan komt, en ze wordt van alle kanten een klein beetje meer bedekt door de bruinige blaadjes. Ze grijpt een handvol, gooit ze omhoog. De bladeren fladderen omlaag, recht in haar lachende gezicht.

Ze gaat op haar zij liggen. Ze ruikt het bruin van stervend blad, ze ruikt de geur van gepofte kastanjes. Ze maakt een steeds diepere kuil, de blaadjes knisperen mee en ze laat zich toedekken, alsof iemand haar instopt, alsof Moeder Natuur haar instopt. Een rust komt over haar heen. Blijf, blijf, roepen de blaadjes om haar heen. Ze luistert naar hun krakende stemmetjes. Ze wil ook een prikkelig jasje. Ze wil verder niets, alleen dat jasje. Alleen het jasje.