Corianne Oosterbaan
Over mij | Gedichten | Korte verhalen | Fotografie | Blog | Contact
Gedichten
Een incomplete poëziecollectie, gepubliceerd en ongepubliceerd, soms in fragmenten en soms ook niet, niet per se chronologisch.

[dit gedicht is even lang], uit doomscrollpoëzie (september 2026)
…
schemertijd, of: self-inflicted sleep deprivation techniques (fragment I) (2026)
alsof we dementie hebben
heb een uur hier doorgebracht
maar weet niet meer wat ik allemaal heb gezien
ik denk aan een oudtante
hoe we zitten, aan de keukentafel
kopjes koffie
‘het was heel gezellig,
maar straks ben ik dit weer vergeten,
dat jullie hier zijn geweest’
…
duizend ogen (14 september 2026, ook te lezen via Centre for BOLD Cities)
het is gemak
een deurbelcamera
je kunt zien
hoe laat
de schoonmaakster
binnenkwam
en weer vertrok
hoeft de deur niet open te doen
om iemand te spreken
je kunt politie-informant zijn
gewoon gratis bij je inboedelverzekering
duizend ogen
die alles van je
kunnen weten
verwerken
in netwerken
als schimmels
onzichtbaar
en hyperverbonden
alles opslaan
in databases
je gezicht herkennen
big 010 is watching you
op weg naar huis
tel ik 1 2 3 ringcamera’s
twijfel waar ik sta
maar ik weet wel:
ik voel me gezien
of voel ik me bekeken?
…

freeze / frozen (Seizoenszine, juli 2025)
je hebt vijf ijsjes vast – de zon staat op haar hoogst op deze tijd van de dag – de lucht heet en dik – de zoveelste hittegolf, en jij hebt vijf ijsjes vast
vijf ijsjes smelten weg – over je vingers, druppen zo de stoep op – straaltjes ijs glijden langs je onderarm, je elleboog – het plakt
vijf ijsjes – want je favoriete smaak is citroen én aardbeisorbet én chocolade én smurf én pistache – altijd alles – nooit één bolletje tegelijk
vijf ijsjes, op je vingers nu – citroenwit vermengt zich met aardbeiroze en chocobruin, smurfenblauw en pistachegroen – bijtend zuur en fris en zoet
er waren vijf ijsjes – nu, steeds meer klodders op die grijze vieze stoep – niet meer te redden, niets meer aan te doen – en de zon staat nog steeds te hoog, streelt je lichtverbrande, rozige huid – die hitte die trekt niet meer weg – en jij staat daar, nog steeds, met vijf lege hoorntjes.
…
[op de plank van mijn boekenkast] – gedicht op een ansichtkaart (maart 2026)

…

rood zand (Dead Poets Mag, januari 2026)
Als je droomt van Mars
droom je dan van rood rood zand
een beloofd land, land van beloftes
waar je alles in de hand hebt
alles onder controle
wat er groeit, wat er niet groeit
wie er mag zijn, en wie niet
Droom je over utopieën
of ook wel eens over menselijkheden
en tekortkomingen
droom je ook over rood rood
onvruchtbaar zand
over zuurstoftekorten
terraforming en falen
voor altijd vast in je ruimtepak
want dit was je droom toch?
Rood rood zand
overleven op voorverpakte voorraden
die langzaam opraken
mislukte oogsten, beschimmelde tomaten
iedereen die weet hoe je dingen doet groeien
die groene vingers hebben geërfd
die zijn hier niet
Robots kunnen veel, maar dit niet
die echte warme hand op je schouder
want ooit was het je beloofde land
maar je sjokt voort in je ruimtepak
kijkt omhoog, en vraagt je af
waren het toekomstdromen
of fata morgana’s
misschien was je beter af
in het gouden zand van de mega-Sahara
op woestijn Aarde
…

stoeltjesliftgedachten (Seizoenszine, januari 2025)
wel je best doen
er niet meer in geloven
ik hou van stoeltjesliften
van die hele langzame
ik zie besneeuwde toppen – hoe lang nog?
wolken, als wollige witte dekens
hangen over het dal – of is het rook?
ik hoor echo’s in de bergen
van iets dat voorbij is gegaan
of denk jij dat het wel goed komt?
halverwege de rit staat er nog steeds dat ene houten hutje
al jaren geleden ingestort, het dak raakt de grond
al jaren een bord: à vendre
…

breek / baar \ breuk / lijn [fragment] (2025)
Ontluikende knoppen aan de bomen, groen alleen zoals in de lente
fris, onbespoten, blaadjes die nog niets hebben meegemaakt
Een winterkoninkje zit op een tak en brult luider dan je van zo’n klein vogeltje zou verwachten
het tjilpt niet, schreeuwt, en past in je hand
je zou het fijn kunnen knijpen
…
op het randje
In een stad met honderdduizend citroenbomen
zijn de huizen oranje, geel of roze
In deze nacht vol sterren van parelmoer
zet je stippen, vang je woorden
ruik je het zwart van de nacht
voel je het donkerblauw van de zee
Je ademt een zin, in en uit
Zoek je kunst
of zoek je lucht?
Wil je beter worden?
Je hoopt
en wanhoopt
alles tegelijk, altijd
Je schrijft, op het randje van de storm
golven breken, natte voeten
en het weer slaat om
in een enkele zin
wordt alles duidelijk
…
moonlight [excerpt] (optreden Poetry International x Museumnacht 010, maart 2025)
strobe lights all around
glasses clinking
breaking
people shouting
singing
dancing
bodyparts bumping
grazing
beer dripping
down your shoulder
bass and beat
coursing through your heart
a little too hard
a head, filled to the brim with thoughts
you’re losing sight of that train
here in the middle
of the dancefloor
of everything
the train goes missing
but you still see the tracks it left behind
empty but also full
every screw in your head turned loose
rolling and rolling
on and on
around and around and around
you think you know, remember
how to dance
at least you think you do
…
op herhaling (optreden Armoedebrood, december 2024)
lees de krant, en het is heel makkelijk
om te dehumaniseren
altijd speelt iemand ergens een potje schaak
met mensenlevens
is dit het einde
de stilte voor de storm
hoe geschikt is je berging als bommenschuilkelder
wat hoort er in een noodpakket
je woont aan het water
en iemand adviseert je: koop een rubberboot
is dit weer het einde
en herhaalt de geschiedenis zich niet altijd
staat het allemaal per ongeluk op repeat?
wordt deze stad weer een woestenij
overal zie je ineens: zandvlaktes, leegtes
je kent het alleen uit verhalen, films
waarin het makkelijk is
wie goed is, wie fout, wanneer het begon
waar de vijand in anderhalf uur running time verslagen wordt
iemand zegt: nee, we zitten er al middenin
er zijn al 100 oorlogen aan de gang op dit moment
honey, it’s happening right now
het gebeurt altijd ergens, in iemands achtertuin
maar nooit in die van jezelf
dat denk je
tot nu toe
er is iets voorbij gegaan
…
huilend glas
geloof je nog, in groentesoep
zonder gedoe, ging je maar
of was je het vergeten
een foto te maken, flits,
van dit ene moment,
nog niet vergaan,
maar wel net zo breekbaar
als glibberig, huilend glas
…
nooit meer nooit meer (Dead Poets Mag, april 2025)
