Schrijfweekend, vallen en opstaan

Afgelopen weekend ruilde ik van huis met een medeschrijver. Ik belandde op een plek gevuld met boeken, boeken en nog eens boeken, en een schrijftafel met fijn licht en een mooi uitzicht!

Op de een of andere manier werkt het heel goed, even geen afleidingen van je eigen huis, en een beperkt aantal spulletjes mee te hebben, en het idee dat je helemaal naar deze plek bent afgereisd om te schrijven – in mijn hoofd betekent dat gelukkig ook dat ik wel moet gaan zitten en gaan schrijven! Zoals Nena Veenstra in de comments op mijn laatste note schreef, het is als naar de studiezaal gaan toen je nog studeerde – als je er eenmaal bent, moet je wel iets doen3.

Dit klinkt allemaal als een droom. Een heel weekend! Voor jezelf! Ontzettend veel schrijven! En dat is allemaal waar, maar de realiteit is ook dat ik zaterdag urenlang bezig was (met af en toe wat kleine pauzetjes), tot het net iets te veel was. En toen was ik moe – moe, maar ook te rusteloos om even te gaan liggen, een dutje te doen, geen zin om te lezen of een podcast te luisteren, geen zin in muziek. Niets. Hoe kan dat? Misschien tee veel geschreven, bedacht ik achteraf. En dat klinkt gek. Te veel schrijven? Kan dat?

Een avond eerder las ik een stuk uit We Need Your Art van Amie McNee, en toevallig ging het over het juiste tempo vinden. En dit waren een paar van de zinnen en passages die kwamen bovendrijven na die lange, lange zaterdagse schrijfsessie:

The optimal amount of work for you to do in a day is usually quite a bit less than you are capable of doing if you went all out. Less in the short term means more in the long term.

Most of us don’t even think of capping how much we work. We have been taught that more is best. Output is the highest priority. It is not. Artists should be obsessed with sustainability. […] We must work in a way that allows for that. Having a maximum level of work for the day prevents us from getting carried away.

The bare maximum is a brilliant tool for artists who are obsessed with productivity and are therefore prone to overreach and burnout. If you’ve internalised hustle culture’s push for ultimate output […] you will need to put measures in place to protect yourself from those narratives. [Amie McNee, We Need Your Art, over Greg McKeown’s Essentialism en Effortless, pp. 128-129.]

Op vrijdagavond dacht ik nog: wie heeft er nou maximums nodig? Wie stelt er nu een maximum aantal woorden of pagina’s in? Hoe kom je dan ooit vooruit met je tekst? Een dag later dacht ik: misschien iets om uit te proberen. (Want ik heb geen boekdeadline en ik schrijf in mijn eigen tijd. Waarom vermoei ik mezelf op een weekendse dag tot een punt waarop ik geen zin of energie meer heb om wat dan ook te doen?)

Zondag heb ik dit gelijk in de praktijk gebracht. Een maximum van 2 pagina’s herschrijven. Om half tien was ik al klaar. Ik dacht gelijk: maar ik heb nog zo veel tijd, zo veel uren voor ik weg moet! Ik kan nog zo veel productiever zijn! But at what cost? Er is uiteindelijk ook tijd nodig om op te laden, uit te rusten, een boek te lezen, wat verder te borduren… dus dat heb ik de rest van de ochtend ook gedaan.


Geplaatst

in

door